Deze bonen groeien op de Kalosi-plantages in Toraja en Enrekang, op het Indonesische eiland Sulawesi, tussen 1000 en 1200 meter hoogte. Ze worden verwerkt met wet-hulling, een traditionele Indonesische methode waarbij de schil verwijderd wordt terwijl de boon nog vochtig is. Dat geeft de kenmerkende volle body en kruidige diepgang.
Medium tot donker gebrand, zodat het eigen karakter van de boon intact blijft. Voor wie van een intense, aardse kop houdt die net even anders smaakt dan Zuid-Amerikaanse koffie.